Tour de France, Tour de Vie?

In de vroegte van een zomerdag die warm zou worden zwoegde ik me tegen de Colle de Pennes op, in de buurt van de Franse plaats Die, in de Drôme. Eigenlijk was ik helemaal niet van plan die berg  te nemen, maar hij lag langs een route die mij (als niet-klimmer!) was aanbevolen door een kennis. Het was tenslotte mijn eerste keer met de racefiets in de bergen.

De tocht was goed te doen en op mijn kaart zag ik een lus naar rechts, die verderop weer op mijn oorspronkelijke route uitkwam. Het hoogte tekentje van de col lag niet aan de lus zelf, maar was verderop op mijn kaart getekend.

De klim begon niet uitzonderlijk steil, maar gestaag ging de weg hoger en hoger. Halverwege dronk ik water uit de pomp en sprak daar met een oudere Oostenrijkse dame die ooit, net na de oorlog, als kind in Nederland was geweest om aan te sterken. Ik kon gerust doorfietsen, het werd wel iets steiler, maar de weg terug was ook een heel eind…

Het werd steiler en zwaarder. De zon begon te branden en ik kreeg het gevoel met een wanhoopsdaad bezig te zijn. Achter mij werd het dal een diep gat. Na veel zware kilometers bereikte ik de t-splitsing die rechts naar de top afboog. Mijn lichaam schreeuwde om de afdaling, maar toen ik het bordje - Colle de Pennes 800 m - zag wist ik dat ik  door moest gaan. Voor het eerst in mijn leven was ik tot boven de 1.000 meter gefietst.

Het uitzicht overweldigde me, ik ervoer iets van een God-is-schepper-ervaring. Dan gaat er een soort geestelijke adrenaline door je lichaam.

Die vakantie heb ik nog enkele cols gedaan, maar geen van hen evenaarde de ervaring van de eerste.

De zondag na terugkeer las ik in onze gemeente Psalm 121. ‘Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar zal mijn hulp komen?’ Je leest die verzen anders dan voorheen. Mijn hulp is van de Here. Als Hij nog groter is dan die bergen, dan móet Hij wel geweldig zijn.

De Tour de France gaat weer van start. Sinds jaar en dag volg ik De Tour. Daarom fiets ik zelf ook, of misschien is het wel omgekeerd. Soms zit ik op de fiets en (dag)droom ik dat ik in de wedstrijd zit, alleen op kop, of zwoegend tegen een (Veluwse) heuvel op. Die illusie is snel voorbij wanneer iemand met meer spieren en minder gewicht mij voorbijsnelt. Maar fietsen is geweldig, want je spant je in en bent midden in de natuur.

De Tour is natuurlijk de overtreffende trap, zowel qua inspanning en prestatie, maar ook wat de omgeving betreft waar men met grote snelheid doorheen jaagt. Waarschijnlijk zie ik op televisie meer van het prachtige Frankrijk dan het vaak nerveuze peleton.

Als je de Tour echt volgt, zie je daar veel kanten van het echte leven in. Zomaar wat vergelijkingen, de link mag je steeds zelf leggen. Als dat je lukt heb je een eigentijdse gelijkenis!

- Fietsen is een teamsport, zelfs als er iemand alleen voorop fietst.
- Een ploeg kent veel verschillende rollen: kopmannen, waterdragers, klimmers, tijdritspecialisten, sprinters en misschien nog wel veel belangrijker: degenen die de sprint aantrekken.
- Het is de bedoeling om ‘clean’ te winnen en geen surrogaat te gebruiken. Vroeg of laat komt het aan het licht en raak je je overwinning kwijt. Gelukkig betuigen sommige betrapte renners spijt en worden ze weer in genade opgenomen.
- Doel is natuurlijk om als eerste in Parijs te finishen, maar het is voor iedere renner een overwinning om sowieso Parijs te halen.

Deze lijst kun je natuurlijk nog veel langer maken. Doe maar eens een poging en misschien vind je nog veel creatiever toepassingen op jouw of mijn leven.

Ik wens je een spannende Tour toe en wens je toe dat je leven ook iets van het avontuur, de uitdaging, de schoonheid en wat al niet van de Tour de France mag hebben!

Jan

Reageer op dit artikel


Er zijn nog geen reacties geplaatst