1 & 2 Kronieken | Bijbel in één jaar

Door Hadassa Stehouwer

Wie is jouw grootste voorbeeld? Als je deze vraag stelt, zijn er heel wat verschillende antwoorden te verwachten. Moeder Teresa. Messi. Mijn oma. Mijn geschiedenisleraar. Je kunt deze vraag ook stellen na het lezen van 1 & 2 Kronieken. In deze boeken lees je namelijk de verhalen van allerlei koningen. Zij regeerden over Israël en Juda, vanaf het moment dat het volk een koning wilde, totdat ze in ballingschap werden gevoerd naar Babel. Je leest in deze boeken gedeeltes uit de levens van deze koningen en ziet hoe ze met verschillende situaties omgingen. De één brengt het er wat beter van af dan de ander. Al deze verhalen zijn opgeschreven, zodat het volk van Israël er van zou leren en er een voorbeeld aan zou nemen. Zodat ze niet zouden handelen zoals de slechte en onrechtvaardige koningen, maar een voorbeeld zouden nemen aan de goede en rechtvaardige koningen. Zodat ook wij, al lezen we de verhalen zoveel later, dat ook zouden doen. 

Zo kan ik een voorbeeld nemen aan koning Josafat. Ik kan veel leren van de manier waarop hij met angstige en moeilijke situaties omging. In 2 Kronieken 20:1-30 lees je hierover. Het volk van Israël staat daar op het punt aangevallen te worden door drie legers. Josafat hoort hiervan en zijn reactie vind ik indrukwekkend (in vers 3): 

Josafat schrok hevig en hij besloot de HEER om raad te vragen. 

Hij wordt bang, maar besluit dan om aan God raad te vragen! Hij doet dat door een vastendag aan te kondigen en uit zijn hele rijk mensen naar de tempel te laten komen. Als ze zich daar hebben verzameld, laat hij als koning het volk zien hoe ze in deze situatie zouden moeten handelen: hij begint te bidden. Het is een krachtig gebed en vooral de laatste zin zette mij aan het denken (vers 12):  

Wij weten niet wat we moeten doen, op u zijn onze ogen gevestigd. 

Wat een vertrouwen! Josafat weet dat hij de volken die hen aanvallen niet kan tegenhouden. Daarom roept hij God aan, die alle macht bezit en veel sterker is dan die volken. Josafat weet bij wie hij het moet zoeken. Hij weet op wie hij moet vertrouwen.  

Als hij dan zijn gebed heeft beëindigd, blijkt dat God zijn vertrouwen waard is. Hij antwoordt door zijn Geest te sturen en laat iemand hen vertellen dat ze de strijd zullen winnen. Als reactie daarop, laat Josafat weer zien hoeveel vertrouwen hij heeft in God. Hij buigt neer voor God, al staan de volken die hen aan willen vallen hen nog steeds op te wachten. Josafat aanbidt God en het volk neemt daar een voorbeeld aan. De volgende dag trekken ze ten strijde en blijkt dat er gebeurd wat God hen beloofd had. Met een grote buit keren ze terug naar de tempel, de plek waar ze God om hulp hadden gevraagd, en aanbidden Hem.  

Wat kan ik veel leren van deze koning! De manier waarop hij God vertrouwde en daarin een voorbeeld gaf aan anderen. Hoe afhankelijk hij zich van God durfde te stellen en Hem al de eer gaf, nog voordat gebeurde wat God had beloofd. Daarom probeer ik in situaties waar ik met mijn handen in het haar zit hier een voorbeeld aan te nemen. Ik probeer in die situaties met Josafat mee te bidden: ‘God, ik weet niet wat ik moet doen. Op U zijn mijn ogen gericht. Ik verwacht het van U.’ Dat gebed geeft rust en maakt me afhankelijk van God. Het helpt me mijn ogen even van mijn situatie af te halen en op Hem te richten. Hij is degene die te vertrouwen is. Hij is degene die ik mag loven, zelfs als de situatie nog onveranderd is. Misschien kan ik daardoor weer voor iemand anders een voorbeeld zijn!

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 235]