1 & 2 Samuel | Bijbel in één jaar

Door Amanda Lock

Het bijbelboek 1 Samuel begint met de moeder van Samuel: Hanna. Hanna is één van de twee vrouwen van een man die Elkana heette. Zijn ene vrouw, Peninna, had kinderen, maar Hanna niet. Voor Hanna was haar kinderloosheid een groot verdriet. Op een zekere dag gaat Hanna naar het heiligdom van de Heer, waar de priester Eli ook is. Hanna bidt, lang en volhardend. Eli onderbreekt haar, omdat hij denkt dat ze dronken is, maar als Hanna uitlegt dat ze haar hart uitstort bij de Heer, zegt Eli: “Ga in vrede, de God van Israel zal u geven waar u om hebt gevraagd”. Niet lang daarna wordt Hanna inderdaad zwanger en wordt Samuel geboren.

Einde verhaal, zou je kunnen zeggen. Maar Hanna doet iets opmerkelijks. Samuel is nog maar een kleine jongen (de precieze leeftijd is onduidelijk) als ze hem naar dat zelfde heiligdom brengt. Ze zegt tegen Eli: “Om deze zoon heb ik gebeden en de Heer heeft mij gegeven waar ik om heb gevraagd. Nu geef ik hem op mijn beurt aan de Heer, voor alle dagen die hem gegeven zijn.” Ze laat Samuel achter in het heiligdom bij Eli, waar hij opgroeit en ‘zeer geliefd was, zowel bij de Heer als bij de mensen’ (1 Sam. 2:26). Hanna wordt opnieuw gezegend en baart nog 5 kinderen. Ieder jaar zoekt ze Samuel op.

Ik vind het een bizar verhaal. Hanna heeft een hele grote wens en als God haar eindelijk geeft waar ze zo naar verlangt, geeft ze het terug aan de Heer! Zou jij dat kunnen? Zou ík dat kunnen? Ik betwijfel het…

Samuel leert al heel jong om Gods stem te verstaan. Op een nacht hoort hij meerdere keren zijn naam fluisteren. Hij denkt dat het Eli is en gaat steeds vragen wat er is. Maar dan beseft Eli dat het God moet zijn die de naam van Samuel roept en hij geeft de tip om bij de volgende keer te antwoorden “Spreek Here, want Uw knecht hoort” (1 Sam. 3:9, NBG). Zo leert Samuel Gods stem te verstaan en dat wordt de roeping op zijn leven.

Samuel wordt een groot profeet en gaat een hele belangrijke rol spelen bij de eerste koningen van Israel. Zo zalft Samuel David tot koning. David, de jongste van een boeren gezin, die er eigenlijk weinig toe deed: hij was herder en zat ‘maar’ bij de schapen. De vader van David, Isai, denkt niet eens aan hem, als Samuel komt om één van zijn zonen. Isai zet zijn zeven zonen netjes op een rijtje, maar David doet er kennelijk niet toe. God had juist David op het oog. Samuel verstaat Gods stem en vraagt net zo lang door tot er inderdaad nog een achtste zoon blijkt te zijn. David wordt gehaald en gezalfd en God gaat een bijzondere weg met hem. David van wie de Heer zo veel houdt, ondanks zijn tekortkomingen (en die had hij zeker!). David die zelfs een voorvader is van Jezus.

Zou Hanna hebben geweten dat Samuel zo’n belangrijke rol ging vervullen in het verhaal van God? In de voorgeschiedenis van Jezus? Ik denk het eerlijk gezegd niet. Maar Hanna maakt in het begin van het leven van Samuel een belangrijke keuze.

Nicky Gumble merkt het volgende op:

Het verbazingwekkende in Hanna’s gebed is dat haar voornaamste bron van vreugde niet het kind is, maar de Heer. Ze zegt: ‘Nu juicht mijn hart dankzij de HEER’ (v.1). Hij heeft haar ziel verzadigd.

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 138]

We mogen bidden voor onze wensen. En we mogen blij zijn met wat God ons geeft. Maar het belangrijkste is dat we ons verheugen in God zelf!