1&2 Thessalonicenzen | Bijbel in één jaar

Door Hadassa Stehouwer

Leef alsof Jezus gisteren is gestorven, vandaag is opgestaan en morgen terugkomt!

Aan deze uitspraak van Visje moest ik denken, toen ik 1&2 Tessalonicenzen aan het lezen was. Ergens een rare uitspraak, die niet realistisch is. Jezus is niet gisteren gestorven of vandaag opgestaan en we weten helemaal niet of Hij morgen terugkomt! Toch is het een uitspraak die me aan het denken zet. Hoe zou het zijn om op zo’n manier te leven? Wat zou het met mijn dag doen, als ik me dit elke ochtend voorhoud?

Ik heb het gevoel dat de mensen waarover je leest in de brieven aan de Tessalonicenzen op deze manier leefden. Vooral als het gaat om het laatste gedeelte van deze uitspraak. De christenen in Tessalonica waren namelijk erg bezig met de terugkomst van Jezus. Toen Paulus bij hen was, had hij hen hierover verteld. Maar blijkbaar was dit niet helemaal tot hen doorgedrongen en bleven ze zich over dit onderwerp druk maken. Ze vroegen zich af wat er met de terugkomst van Jezus zou gebeuren en wat ze zouden kunnen verwachten. Misschien stelden ze ook wel vragen over wanneer dit dan precies zou zijn. In beide brieven reageert Paulus op die vragen. Hij stelt hen gerust door uit te leggen wat er precies zal gebeuren op het moment dat Jezus terugkomt (4:16-17):

Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn.

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 284]

Als ik deze verzen lees, klinkt het alsof ze ervanuit gingen dat Jezus tijdens hun eigen leven terug zou komen. Het klinkt alsof ze ervan uit gingen dat Jezus elk moment terug zou kunnen komen! Hoewel Paulus opmerkt dat ze niet weten wanneer dit precies zal gebeuren, klinkt in zijn woorden door dat hij Jezus’ komst niet in de verre toekomst verwacht. Eerder vandaag, dan morgen. Hij roept de Tessalonicenzen daarom op om waakzaam te zijn en zich niet door Jezus’ komst te laten verassen. Door te leven met de verwachting dat Jezus elk moment terug zou kunnen komen, zal het moment hen niet overvallen, als het opeens daar is.

Wat zal dat een invloed hebben gehad op hun manier van leven! Moet je je eens voorstellen hoe het is om te leven met de verwachting dat Jezus morgen terugkomt. Het zet je leven op z’n kop. Het betekent dat je alleen vandaag nog te leven hebt. Het betekent dat de dingen die je vandaag doet er opeens heel erg toe doen. Je moet goed nadenken over hoe je je tijd wilt besteden en die alleen besteden aan de dingen die écht belangrijk zijn. Je gaat dan opeens de dingen doen en zeggen, waar je later de kans niet meer voor krijgt. Maar dat is nog niet alles. Het brengt het leven na dit leven opeens heel dichtbij. Het geeft uitzicht dat wat er in dit leven is, niet alles is. Het zet je leven hier in een totaal ander perspectief.

Moet je je eens voorstellen dat jij en ik op deze manier zouden leven. Het zou ons leven op de kop zetten. Durf je het aan? Om te verwachten dat Jezus morgen terugkomt. Om bezig te zijn met de dingen die er echt toe doen. Om uit te kijken naar de toekomst die ons beloofd is: dat we voor altijd bij Jezus zullen zijn. Niet pas in de verre toekomst, maar misschien morgen al.