Galaten | Bijbel in één jaar

Door Suzanne Struiksma

Vreugde. Wat een suf woord is dat eigenlijk. Het klinkt een beetje braaf. Alsof het thuishoort in een Opwekkingsliedje uit de begintijd van de bundel. “De vreugde van de Heer is mijn kracht, tralalie, tralala”, en dan iets met een tamboerijn.

Maar sinds kort ben ik groot fan van vreugde. En dat is omdat ik het weer eens tegenkwam bij het lezen in Galaten. De bekende tekst die je misschien zelfs uit je hoofd geleerd hebt ooit (hoofdstuk 5:22):

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. 

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 263]

Heel lang heb ik die tekst gezien als een soort to-do-list. Of een checklist: af en toe even mijn leven en geloof tegen het licht houden om te zien of ik het nog een beetje goed doe, dat hele christen-zijn. Want aan de vrucht herkent men de boom, en dat soort dingen. Alleen, ik begin een beetje te twijfelen of het wel zo’n lijstje is. Een boom doet niet keihard zijn best om mooi fruit te produceren. De appels of peren worden er niet ronder en sappiger van als de boom zichzelf eens in de zoveel tijd goed evalueert en kijkt waar hij nog een beetje beter in moet worden. Het enige dat de boom helpt om vruchtbaar te zijn, is te zorgen dat de omstandigheden goed zijn: genoeg zon, regen en gezonde aarde.

Heb je weleens heel hard geprobeerd om geduldig te zijn? Of jezelf toegesproken dat je meer geloof moest hebben? Vast wel. Maar het werkt niet. Het moet langzaam groeien, in de juiste omstandigheden.

Zo ook met vreugde. Als ik denk aan enorm je best doen om ‘vreugdevol’ genoeg te zijn, krijg ik beelden voor me van zo’n tv-evangelist met een tandpastaglimlach. Een geforceerd blij zijn omdat dat moet van God. Daar geloof ik dus niet in. Waar ik wel in geloof? In lachrimpeltjes bij oude oma’s, in schaterende kinderen die springen in regenplassen. In heel diep van binnen het hoopgevende gevoel hebben dat midden in alle ellende iets moois te vinden is. Een bloempje dat door een scheur in het asfalt heen groeit. En blijkbaar is dat een vrucht van de Geest: het logische gevolg van een leven dat zich voedt met de aanwezigheid van God.

Schrijver en onderzoeker Brené Brown spreekt vaak over vreugde als een van de meest kwetsbare emoties die er bestaan. Zij zegt bijvoorbeeld:

Als er iets goeds gebeurt, bedenken we onmiddellijk dat we dat maar beter niet echt kunnen voelen, want als we ergens echt van houden kunnen we het ook kwijtraken. Dus we doen de deur dicht voor het ervaren van oprechte vreugde, zodat we onszelf kunnen beschermen tegen het gevoel van verlies.

Om vreugde echt toe te laten in je gevoel, heb je een basis van vertrouwen nodig. Een vorm van onbevangenheid. Niet dat je heel naïef denkt dat jou niks kan overkomen – nee, je weet juist hoe kwetsbaar en ingewikkeld het leven is. En daarom geniet je enorm van alles wat mooi, goed en waar is. En voor mij ligt die basis bij God.

Mijn diepste gevoel van vreugde heb ik tot nu toe ervaren op heel intieme momenten. Klein en groots tegelijk: de kus op mijn trouwdag, de eerste keer dat ik mijn dochtertje vasthield. Momenten waarop ik me gekend voelde, geliefd en daarin ook de aanwezigheid van God kon ervaren.

Echte vreugde ervaar je als je de muren om je heen naar beneden haalt. Als je God durft toe te laten in je leven en als een kind (of een rimpelachtige oude oma) durft te genieten van het moment. Dat valt met geen mogelijkheid te faken. En daarom ben ik dus fan.