Hebreeën | Bijbel in één jaar

Door Suzanne Struiksma

Decluttering. Ken je die trend al? De beste Nederlandse vertaling die ik ben tegengekomen heeft het over ‘ontspullen’. Weg met de overbodige rommel in je huis. Nu is dat natuurlijk niet geheel vernieuwend. Ik bedoel: toen ik puber was, geloofde mijn moeder ook héél erg in een troeploze slaapkamer voor mij. Ik wat minder trouwens. Dat ik nu, volwassen en al, juist zo van een opgeruimd huis hou – en enorm gestresst raak van rommel – vindt ze vast heel grappig.

Mijn probleem is tegenwoordig vooral dat ik er wel in geloof, maar op de een of andere manier weet zich toch altijd van alles te verzamelen, en heb ik het gevoel dat ik de helft van mijn leven besteed aan opruimen. Misschien heeft de peuter die nu onschuldig op de bank een filmpje zit te kijken daar overigens ook iets mee te maken.

Maar decluttering is dus echt hip. Helemaal sinds de zelfverklaarde opruimgoeroe Marie Kondo er een boek over schreef: “The life-changing magic of tidying up.” Het idee: leg al je bezittingen voor je neus neer, pak ze stuk voor stuk op en bewaar alleen de dingen die je echt nodig hebt of waar je blij van wordt. De rest is overbodig.

Misschien een grote sprong naar de Bijbel. Maar toch zie ik raakvlakken met wat ik las in Hebreeën. Steeds opnieuw probeert de schrijver van het boek (of eigenlijk: de best-wel-lange brief) ons eraan te herinneren waar het in het volgen van Jezus écht om draait. Geschreven voor mensen die het geloof ingewikkelder maakten dan het eigenlijk was. Op elke pagina worden we eraan herinnerd dat het gaat om wie Jezus is. Het gaat erom dat we Hem vertrouwen en aan Hem blijven vasthouden. Niets meer en niets minder dan dat.

Als ik alle aspecten van mijn geloof voor me op de grond leg, wat zie ik daar dan allemaal? Zie ik regels? Dingen die ik uit mijn jeugd heb meegekregen? Zonden waar ik mee worstel? Zie ik politiek? Zie ik to-do-lists? Veroordeling? En als ik die dan voorzichtig aan de kant schuif en op een grote stapel leg, komt er dan misschien een persoon onder vandaan die verdacht veel lijkt op Jezus? Ik hoop eerlijk gezegd dat ik niet zo hoef te graven. Dat als iemand mijn kamer binnen komt lopen, ze meteen zien: Wow, jij hebt iets bijzonders. Of eigenlijk: iemand bijzonders.

Overtollige spullen wegdoen heeft als voordeel dat je een stuk lichter kunt leven:

“Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten wij ook de last van de zonde, waarin we steeds weer verstrikt raken van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt.” (Heb. 12:1).

De lezers (of hoorders) van deze brief konden zich daar wel een plaatje van vormen. Wedstrijdlopers hadden namelijk letterlijk zo weinig mogelijk ‘om het lijf’. Hoe lichter – hoe naakter eigenlijk – hoe sneller.

Hoe minder afleiding, hoe makkelijker het is om recht op je doel te gaan. En zonde, dat kun je natuurlijk zien volgens de klassieke zondagschooldefinitie: je doel missen, de regels overtreden, enzovoort. Maar misschien is zonde ook wel alles wat we aan het volgen van Jezus toevoegen dat er niet echt toe doet. De dingen die het onnodig zwaar en ingewikkeld maken.

Lichter leven is soms best spannend. Hoe minder ik heb om me achter te verbergen, hoe meer mijn eigen kwetsbaarheid in beeld komt. Ik ben er nog niet helemaal. Mijn stapel overbodige spullen ligt voor een groot deel op zolder – maar echt afscheid nemen durf ik nog niet. Misschien moet ik bidden dat Hij me helpt met loslaten. Loslaten wat niet meer nodig is, zodat ik Hem beter kan vasthouden, en dan kan ontdekken dat Hij altijd degene was die mij vasthield.

“Neem genoegen met wat u hebt, Hij heeft immers zelf gezegd: nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik U verlaten. Zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: De Heer is mijn helper, ik heb niks te vrezen.” (Heb. 13:4).