Jeremia | Bijbel in één jaar

Door Annemiek Groeneweg

Klein van stuk zijn is niet erg, behalve op één dag per jaar in het leven van een basisschoolkind: schoolreisje. Hoe tragisch is het als je nét niet boven de Eftelingmeetlat uitkomt en alle kinderen uit je groepje wel in die ene coole attractie mogen.

De mensen in Jeruzalem waren perfecte christenen. Niemand diende de Heer zo perfect als zij, vonden ze. God dacht daar anders over, er was actie nodig! En wel meteen! Er was een profeet nodig die het volk zou vertellen wat God vond van hun levenswijze en die duidelijk kon maken dat er gedonder van zou komen als ze zich niet snel anders gingen gedragen. Die profeet is Jeremia, dat had God allang bedacht.

Het boek Jeremia begint met de roeping van de profeet. Ik zie zo voor me dat Jeremia als een gek op zoek ging naar zo’n pretparkachtige meetlat en vurig hoopte dat hij te klein zou zijn voor dit werk. “Nee God, dat kan ik niet! Ik ben veel te jong om te spreken!” protesteert hij in het vijfde vers. God had echter een ander plan. Hij gaf Jeremia zijn woorden, zodat hij in Jeruzalem Gods vertegenwoordiger kon zijn. Toch vond Jeremia het ontzettend moeilijk dat de Heer hem wilde gebruiken om Zijn woord bekend te maken, het beheerste zijn hele leven.

Jeremia vond de dingen die God zegt en bedenkt maar ingewikkeld en oneerlijk. Het is alsof het alle goddelozen om Jeremia heen voor de wind gaat, terwijl hij alleen maar wind tegen heeft en het tegelijk ook nog keihard in zijn gezicht hagelt. Zijn dorpsgenoten schamen zich een ongeluk voor hem, en maken een plan om hem doden – maar dat heeft Jeremia niet eens door, tot God het hem duidelijk maakt. Waar is die rechtvaardigheid en genade gebleven die God heeft beloofd?!

Ja is ja, nee is nee, beloofd is beloofd.

Ik heb het vaak gezongen, toen ik zelf klein was, en nu zing ik het soms met mijn oppaskinderen. Het lijkt wel alsof dit liedje gaat over Gods moves in Jeremia. Hij houdt ontzettend veel van Juda, maar moet haar in de steek laten en haar beproeven, in de hoop dat zij weer naar Hem terug zal keren. Simpelweg omdat hij dit heeft ‘beloofd’.

Ik heb Mijn huis verlaten, Mijn eigendom in de steek gelaten. Ik heb de beminde van Mijn ziel in de hand van haar vijand gegeven.” (Jer. 12:7)

Het is een bewuste keuze om Zijn volk over te leveren aan Babylon, want dat heeft God nu eenmaal besloten als straf wanneer de mensen zich niet beter zouden gedragen. Vlak na deze woorden maakt Hij echter nog een belofte:

Nadat Ik hen weggerukt heb, zal het gebeuren dat Ik zal terugkeren en Mij over hen zal ontfermen.” (Jer. 12:15)

 

Als je goed leest, is Jeremia al vanaf het eerste hoofdstuk een boek van beloften. God belooft nabijheid aan Jeremia, het volk rampspoed als ze niet veranderen. Al Jeremia’s profetieën – die beloften van God bevatten – kwamen uit, hoe ellendig soms ook. Toch is er ook genoeg moois: na bestraffing komt namelijk redding en genade! Het blijft niet bij beloftes, God maakt ook waar wat Hij zegt. In Zijn relatie met het volk Israël blijft Hij altijd investeren:

Van ver ben ik naar je toegekomen, vrouwe Israël, ik heb je altijd liefgehad, mijn liefde zal je altijd vergezellen. Ik breng je weer tot bloei, je zult weer dansen!” (Jer. 31:3-4)

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 273-300]

Als je je ooit te klein of te min voelt om iets te betekenen: zoek niet naar een meetlat. God heeft van tevoren bedacht dat precies jíj geschikt bent voor deze taak. Hij belooft dat Hij er is, als je Hem met ziel en zaligheid zoekt. Daar kun je op vertrouwen, want beloofd is beloofd.