Jesaja | Bijbel in één jaar

Door Amanda Lock 

Ik vond Jesaja een moeilijk boek om door te komen. Het staat vol met profetieën en ja… hoe interpreteer je die? Voor mij niet altijd even duidelijk na één keer lezen. Wat wel duidelijk is, is dat de boodschap van Jesaja gaat over Gods liefde voor Zijn volk en dat het vooruitwijst naar de komst van Jezus.

Alleen al in het eerste hoofdstuk zie je dat God genadig is. Hij benoemt dat Zijn volk in opstand is gekomen tegen Hem (dat hebben we eerder gezien en gehoord in het Oude Testament, ze leren het ook nooit ;)). God laat merken dat Hij er niet meer tegen kan. Het valt mij op dat Hij het volgende zegt (hoofdstuk 1:11 en 13):

Wat moet ik met al jullie offers? – zegt de HEER. Ik heb genoeg van die schapen, die  vetgemeste kalveren; het bloed van stieren, rammen en bokken wil ik niet meer.
Houd op met die zinloze offergaven. Ik heb een afschuw van jullie wierook; jullie feesten, nieuwemaan en sabbat, ik duld ze niet naast al dat wangedrag.

God had toch zelf deze offers ingesteld? God wilde dat Zijn volk rein kon worden en gaf deze mogelijkheid van offers om vergeving te kunnen ontvangen. Via Mozes hebben we gezien wat voor regels en voorwaarden er allemaal aan zaten. En nu zegt diezelfde God: ‘Wat moet ik met al jullie offers? Houd op met die zinloze offergaven’.

Het is duidelijk dat God niet wil dat de offers worden gebruikt als vrijbrief om te kunnen zondigen. Hij zegt ‘ik duld ze niet naast al dat wangedrag’. In mijn woorden: lekker makkelijk, een beetje je zin doen en dan met een paar offertjes de boel weer goed maken. De maat is vol bij God. Of toch niet?

Ineens in vers 18 zegt God dit:

Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol.

God heeft een ander plan: Jezus komt voor vergeving van alle zonden. God WIL vergeven. God WIL dat je naar Hem luistert en op Hem vertrouwt. God WIL dat Hij voor je mag zorgen als Zijn kind, omdat Hij het beste met je voor heeft en alles weet. De offers die in Numeri zijn ingesteld blijken dit niet als resultaat te hebben. Gods volk keert zich nog steeds van Hem af en de offers die kennelijk nog wel steeds gebracht worden zijn daardoor eigenlijk niets waard. Maar God laat het daar niet bij. Jesaja wijst vooruit: God geeft zelf het ultieme offer: Zijn eigen Zoon Jezus. Dit ultieme offer zorgt dat wij vrij en vergeven zijn: puur genade. We hebben het niet verdiend, maar toch gekregen.

God wil jou als Zijn vriend, God wil jou helemaal. Hij heeft het mogelijk gemaakt dat jij – vrij van zonden – bij Hem kunt komen. Het grootste offer is gebracht. Jij hoeft alleen maar te zeggen: ‘Dank U, Vader. Hier ben ik.’ Stel je vertrouwen op Hem.

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 245]