Joel | Bijbel in één jaar

Door Annemiek Groeneweg

Volgens het Meertens Instituut is Joël een naam die twee jaar geleden 4038 keer als jongensnaam voorkwam in Nederland. Tel daar de nieuwe Joëls uit 2015 (161) en uit 2016 (nog onbekend, laten we 100 gokken) bij op: in ons land bestaan dus ongeveer 4300 mannen en jongens die deze naam dragen. Wat daar interessant aan is? Joël betekent: ‘De Heere is (zijn) God’, of vrijer vertaald: ‘Hij die God aanbidt’.

Van andere profeten hebben we al opgestoken dat het volk van Israël niet altijd het gezelligste kind van de klas was. In Joël wordt niet beschreven welke zonde Gods volk dit keer begaat, over de straf lees je echter des te meer. Israël wordt belaagd door sprinkhanen. Nu ging er bij die sprinkhanen een lampje branden in mijn hoofd: die straf kennen we! In Exodus 10 lees je hoe God Egypte straft met een plaag van sprinkhanen, dat doet Hij nu opnieuw. Er blijft geen eten meer over voor het volk: wat de ene sprinkhaan niet opeet, wordt door de volgende alsnog verslonden.

De straffen die God bedenkt voor Zijn volk hebben maar één doel: Israël tot inkeer laten komen, zodat ze weer terugkeert naar de Vader. In Joël vraagt God expliciet om berouw, maar belooft Hij ook te zullen omzien naar het volk wanneer de mensen beseffen waarmee ze bezig zijn:

“Daarom – spreekt de Heer -, keer nu terug tot Mij met heel je hart en begin te vasten, te treuren en te rouwen. Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de Heer, jullie God, want Hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.” Joël 2:12-13

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 305 + 306]

In Israël was het gebruikelijk je kleren te scheuren als je rouwde. God vraagt het volk niet om aan de buitenwereld te laten zien dat ze spijt hebben van hun acties, Hij wil dat ze vanbinnen ‘scheuren’. Boetedoening – die zichtbaar is voor iedereen – is maar een soort show voor de buitenwereld om uit de problemen te komen, lijkt Hij te willen zeggen. Het volk moet diep vanbinnen beseffen wat er is gebeurd en terugkomen op hun slechte daden. Dan zal God naar hen omzien.

Ik zie in Joël dat Gods genade krachtiger is dan zijn toorn en oordeel over het volk. En ik lees over de toekomst. God maakt als het ware een driestappenplan om het volk Israël en de aarde te herstellen. Ten eerste belooft Hij het land te herstellen: het volk hoeft niet meer bang te zijn. “Dan zullen jullie inzien dat ik in Israëls midden ben, dat alleen ik, de Heer, jullie God ben; nooit zal mijn volk weer te schande gemaakt worden.” (Joël 2:27)

Ten tweede belooft God dat Hij de Geest zal uitstorten over al wat leeft. De Geest zal zorgen voor hoop onder de mensen en is niet meer beperkt tot het Heilige der Heiligen in de tempel in Jeruzalem: iedereen mag delen in de hoop die de Geest verspreidt. Tenslotte belooft God wraak te zullen nemen op de vijanden van Israël. Deze confrontatie gaat verder; niet alleen de vijanden van Israël, maar alle kwaad in de wereld zal worden aangepakt. God zal op deze laatste Dag van de Heer gerechtigheid brengen: hij maakt weer recht wat kromgebogen is.

Deze drie beloftes vormen samen een beeld van de Nieuwe Aarde die zal komen op de jongste dag. Op die dag is God in ons midden en zouden we allemaal Joël en Joëlle kunnen heten, want de Heer is onze God.