Klaagliederen | Bijbel in één jaar

Door Pauline Mom

Wij Nederlands hebben altijd wel wat te klagen. Vaak uit het zich in kleine dingen die niet zo belangrijk zijn; je hebt het druk, het weer is bagger, je telefoon is niet snel genoeg of de trein heeft vertraging. Ondanks dat het kleine dingen zijn, bepaald het wel hoe we onze dag ervaren. Het is fijn om dan te klagen, het lucht op en gedeelde smart is …

In het boek Klaagliederen heeft Jeremia ook wat te klagen. Hij schrijft vijf hoofdstukken vol met ellende. Jeruzalem is veroverd door vijanden en ligt aan diggelen. Jeremia schrijft over de toorn van de Heer. God straft het volk voor hun zonden.

De situatie lijkt uitzichtloos. Jeremia voelt zich ellendig. Hij zegt: Ik ben door tranen verblind, in mijn binnenste schreeuwt het, mijn hart bloedt (2:11a, GNB) Maar hij weet ook dat de oplossing bij God ligt.

Wat klaagt een mens zolang hij nog leeft? Laat hij klagen over zijn zonden! Laten we ons leven onderzoeken en doorvorsen, laten we terugkeren naar de HEER, laten we met onze handen ook ons hart opheffen tot God in de hemel. (3:39- 41)

Jeremia beseft (in dit vers) dat God alles in Zijn hand heeft en dat Zijn toorn komt door de zonden van het volk. Hij beseft ook dat de verlossing van de ellende ligt in het kijken naar jezelf en het terug keren naar God.

Deze oplossing lijkt simpel maar is het niet, het maakt ons afhankelijk van God. Jeremia ervaart dat God hem niet hoort en zegt; U hult u in een wolk, geen gebed dringt tot u door. (3:44)

Herken jij dit? Als ik mij ellendig voel, voel ik mij door God verlaten. Het lijkt dan alsof Hij mij niet ziet, zich niet om mij bekommert. Jeremia had dit gevoel ook. Hij voelde afstand tussen hem en God, de zonden en de ellende van de stad stonden tussen hem en God in.

Maar het mooie is, ook al kunnen wij dit soms anders ervaren, voor ons geldt dit niet! Wij hebben inmiddels genade ontvangen. Jezus is voor ons aan het kruis gegaan, om alle zonden van de hele wereld op zich te nemen. En door zijn opstanding kunnen wij altijd bij God komen en staat niets ons daarvoor nog in de weg. Jezus’ dood en opstanding is de verhoring van het gebed dat Jeremia bad: ‘Breng ons terug bij u, HEER, laat ons terugkeren, laat het ons gaan als voorheen’ (5:21).

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 301-303]

Dankzij Jezus is God voor ons niet langer gehuld in een wolk en kan je gebed tot Hem doordringen. Als we bij God zijn veranderd ons perspectief. Hierover hoorde ik laatst een mooie metafoor; je kunt jouw problemen ervaren als wolken voor de zon (God). Door de wolken ervaar je de zon niet meer. Maar vanaf de zon gezien heb je daar geen last van, dan kijk je neer op de wolken en sta je erboven. Dán kijk je vanuit Gods perspectief!

Jeremia ontdekt dat Gods perspectief beter is. Hij weet dat er hoop is bij God. In hoofdstuk 3 zegt hij het volgende:

Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen. Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. Veelvuldig blijkt uw trouw.

Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd. (3:22-24)

Wij mogen door Jezus opstanding altijd vanuit Gods perspectief leven. Hoe heerlijk is dat?! We hebben het misschien zwaar of voelen ons soms ellendig, maar God is trouw en geeft ons elke morgen nieuwe weldaden. Zien wij die ook? Zijn wij ons bewust van Gods ontferming en de hoop die we daardoor mogen hebben? Ik niet altijd, maar ik wil er wel graag voor gaan. Om dwars door alle omstandigheden en het geklaag dat daarmee gepaard gaat, toch Gods liefde voor mij te ontvangen én… weg te geven! En jij?