Ruth | Bijbel in één jaar

Door Suzanne Struiksma

Als klein meisje heb ik een vrij heftige Elly & Rikkert periode gehad. Ik zat in het kinderkoor van de kerk, en draaide de (toen nog) cassettebandjes helemaal grijs. Deze fase is ook vrij abrupt weer overgegaan – dat zal iets te maken hebben gehad met de overgang naar de middelbare school en de noodzaak om toch tenminste mijn best te doen een beetje ‘cool’ te zijn.

Maar sommige liedjes zijn toch altijd blijven hangen. Want hoe lang het ook geleden was dat ik naar Elly en ‘die Driekus’ (zo verhaspelde mijn jongere zusje zijn naam steeds) had gehoord, toen ik een paar jaar geleden op zoek was naar lieve liedjes om mijn zieke baby te troosten, klokt er een bekend melodietje in mijn hoofd: “In de schaduw van uw vleugels, wil ik schuilen, wil ik schuilen. In de schaduw, van uw vleugels, wil ik schuilen, O Heer.”

Vroeger al gaf dat liedje me een heel veilig en vertrouwd gevoel. Ik stelde me een heel clubje zachte, pluizige kuikentjes voor, en een mollige moederkip die al haar kroost dicht bij zich hield.

Nu weet ik niet hoe verantwoord het is om God te vergelijken met een mollige moederkip… Het klinkt een beetje oneerbiedig. Maar theologisch gezien zit het volgens mij wel goed. In het verhaal van Ruth komt een soortgelijk beeld aan bod. De arme Ruth verzamelt restjes graan haar schoonmoeder en haarzelf aan de rand van het veld van de rijke Boaz. Ze is niet de enige die dat doet, maar wel de enige die af en toe wat extra’s krijgt van hem. En dan volgt dit gesprekje:

‘Waaraan heb ik het te danken dat u zo goed voor mij bent, terwijl ik toch maar een vreemdeling ben?’ En Boaz antwoordde: ‘Meer dan eens is mij verteld over alles wat je voor je schoonmoeder hebt gedaan na de dood van je man: dat je je vader en moeder en je geboorteland hebt verlaten en naar een volk bent gegaan dat je volkomen onbekend was. Moge de HEER je daarvoor rijkelijk belonen – de HEER, de God van Israël, onder wiens vleugels je een toevlucht hebt gezocht.’ – Ruth 2:12

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 136]

Ruth zocht haar toevlucht onder de vleugels van God. En niet alleen zij. Ook in de Psalmen, en op andere plekken in de Bijbel gaat het vaak over God als moeder adelaar, of als hen. Eigenlijk best bijzonder, toch? Zo vaak gaat het over alle stoere, mannelijke eigenschappen van God. Hij is sterk, moedig, machtig, enzovoort. Maar Hij is ook beschermend, verzorgend, als een moeder.

Ik vraag me af hoe Boaz het zag aan haar. Was het iets in haar uitstraling? Iets van rust en vrede middenin haar moeilijke omstandigheden? Had hij in de wandelgangen – of bij de stadsmuren – gehoord over haar rotsvaste vertrouwen in God? Haar geloof was in ieder geval opvallend, en al helemaal voor een Moabitische, een allochtoon.

Ruth blaakte van vertrouwen, maar ze was ook praktisch. Daar hou ik wel van. Boaz herkende misschien haar geloof in God, maar ik bewonder haar vooral om haar voortvarendheid. Want je kunt wel bidden, hopen en vertrouwen, maar er is niks mis mee om God een handje te helpen.

Geholpen door haar bijzonder slimme schoonmoeder, doet ze er alles voor om in positieve zin op te vallen bij Boaz. Ze zorgt dat ze niet alleen inspirerend is, maar ook dat ze er verzorgd uitziet, lekker ruikt en veel bij hem in de buurt is. Tegenwoordig zouden we dit ‘flirten’ noemen. Hoe het verhaal afloopt, dat mag je zelf lezen. Ik kan in ieder geval verklappen (SPOILER ALERT!)  dat ze nog lang en gelukkig leefden. God kreeg alle eer voor Zijn trouw en betrokkenheid in dit verhaal. Maar ik stel me zo voor dat Ruth en hij af en toe een klein onderonsje hadden. “Goed team zijn wij samen, toch, God?” Rotsvast vertrouwen en een praktische instelling. Ik mag die Ruth wel.