Judas | Bijbel in één jaar

Door Emmie Overbeek

Geliefde lezer, ik wilde je vastbesloten schrijven over het succesvolle 2016. Het jaar waarin we dichter bij elkaar zijn gekomen en waarin we stappen hebben gezet om de wereld te verbeteren. Toch wil ik je in deze brief vragen om te strijden voor het geloof dat wij delen. Er hebben zich mensen onder ons gemengd die zich niet inzetten voor het koninkrijk van God, maar de verhalen gebruiken voor het tegenovergestelde. Ik wil je herinneren dat onze God Zijn volk voor eens en altijd uit Egypte heeft bevrijd, maar ook rechtvaardig was naar de mensen die tegen hem ingingen. (naar Judas 1: 1-5)

Ik kan me zo voorstellen dat Judas in 2016 zijn brief zo had geschreven. Dat hij inziet dat ‘wij gelovigen’, dienaren van God, best goede stappen hebben gezet. Maar dat hij die stappen wel vrij genuanceerd omschrijft, omdat hij tegelijkertijd ook ziet dat we gewoon domme keuzes maken. Van vers 6 t/m vers 19 geeft Judas voorbeelden van mensen die Gods genade misbruiken, God voor lief nemen.

Dat stuk vind ik lastig. Judas kan me in veertien verzen een heel ongemakkelijk en onwennig gevoel geven. Doen wij ‘de gelovigen’ dan zoveel verkeerd? Hebben we God uit het zicht verloren? Ik ben opgegroeid met een Godsbeeld van liefde en vergeving. Je kunt mijn God bijna vergelijken met een vader die pleisters plakt als zijn kind gevallen is, maar hem niet streng toespreekt als hij appels uit de supermarkt heeft gestolen.

Een heel ander Godsbeeld dan die van een vader die veel aan het werk is om jullie gezin te onderhouden en die je huisarrest geeft omdat je tóch uit je raam bent geklommen voor dat ene leuke feestje. Beide vaders hebben lief, maar beide vaders hebben lief op een incomplete manier.

Mijn beeld van God is niet compleet, maar eerlijk? Jouw beeld van God is ook niet compleet. En is dat niet precies waarom kerken het niet eens lijken te zijn en waarom wij ‘de gelovigen’ elk ergens anders de nadruk op leggen?

Judas laat zien dat onze God een God is die compleet is in zijn liefde, compleet is in zijn rechtvaardigheid én dat Hij een God is die weet wat je nodig hebt. Een God die er is voor elke gelovige, ongeacht hoe je Godsbeeld eruit ziet.

Maar hij waarschuwt ons ook: laat je niet van de wijs brengen en trap niet in de woorden van zieners, godslasteraars, dwaalleraren en spotters. Ze verzetten zich tegen dat wat van God is, verloochenen Jezus en proberen jouw Godsbeeld te veranderen. Zonder bang te zijn voor de gevolgen, leven ze alleen maar voor zichzelf. Eigenlijk doen ze alsof ze christen zijn, terwijl alles wat ze doen op het tegenovergestelde wijzen.

Ik denk dat het einde van zijn brief in 2016 niet zou afwijken van zijn brief toen:

20 Maar u, geliefde broeders en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof. Laat u bij het bidden leiden door de heilige Geest, 21 houd vast aan Gods liefde, en zie uit naar de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus, die u het eeuwige leven zal schenken. 22 Ontferm u over wie twijfelen 23 en red anderen door hen aan het vuur te ontrukken. Uw medelijden met nog weer anderen moet gepaard gaan met vrees; verafschuw zelfs de kleren die ze met hun lichaam bezoedeld hebben.

24-25 De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor zijn majesteit te laten verschijnen, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen. (Judas 1: 20-25)

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 342]

Door het lezen van Judas realiseerde ik me hoe beperkt mijn Godsbeeld soms is. Ik ken God die voor mij de pleisters plakt, maar misschien ken jij wel God die veel aan het werk is. Allebei kennen we de God van liefde; in 2016 én in 2017. Die God leert ons om anderen lief te hebben als onszelf en wil ons behoeden als we lijken te struikelen. Hij wil ons het eeuwige leven schenken en jou laten weten dat Hij er altijd voor je is, ook al lijkt Hij soms druk en onbereikbaar. Die God leert mij dat ik niet altijd een pleister nodig heb, als ik wil luisteren naar God.

Door wie laat jij je Godsbeeld bepalen?