Maleachi | Bijbel in één jaar

Door Suzanne Struiksma

Wachten is moeilijk. Ik denk dat weinig mensen dat met me oneens zullen zijn. Eigenlijk ben ik nog nooit iemand tegengekomen die echt supergoed is in geduldig zijn.

Mijn peuter van 3,5 kan dit beamen. Zij vindt wachten, naast sokken aanhebben en naar bed moeten, ongeveer het stomste dat er is. Dat heeft ze nog niet heel lang geleden ontdekt trouwens. Toen ze nog een baby’tje was, werd ze op haar wenken bediend. Huilen? Dan komt mama aansnellen. Volle luier? Papa to the rescue. Andersom werkt overigens ook. Maar nu ze wat groter (en eigenwijzer) wordt, doe ik vaker een beroep op haar geduld. Niet altijd met evenveel succes.

Ze heeft het niet van een vreemde. Ik heb al moeite om bij een stoplicht of in de rij voor de kassa niet mijn telefoon te pakken om even Facebook of Twitter te checken.

Wachten is ongemakkelijk. Saai. Het confronteert ons met wat er nog niet is, met de onrust in ons hoofd, met de omstandigheden die niet perfect zijn.

Als je het Oude Testament leest, zie je dat het volk van God ook wel een ‘Geduld voor Dummies’ kan gebruiken. Steeds zie je dat God beloftes doet, die vervolgens pas na jaren, soms zelfs eeuwen, realiteit lijken te worden. Een bekend voorbeeld is natuurlijk de 40 lange jaren in de woestijn, voordat ze het beloofde land in mochten trekken. Of Abraham en Sara, die wachten op een kindje. Maar het langst moeten ze wachten op iets waarvan ze niet eens precies weten hoe het eruitziet: verlossing.

In onze poging de Bijbel in een jaar te lezen, zijn we inmiddels aanbeland in het boek Maleachi. Een paar hoofdstukjes, helemaal aan het eind van het Oude Testament. Bij de meeste boeken is dat waar je de ontknoping tegenkomt. Tot dit punt is de spanning opgebouwd, en nu komen we er eindelijk achter wie het gedaan heeft. We lezen of de liefde beantwoord wordt, of onze held het overleeft. Maar als je in Maleachi op zoiets hoopt, wacht je toch lichte teleurstelling.

Het volk zelf had het misschien ook anders voor zich gezien. Na vele omzwervingen hadden ze weer een thuisland. Ze konden zich eindelijk settelen, en het leven ging zijn gang. Maar toch knaagde er iets. God had ze toch iets beloofd? Nou, er was anders niks van te merken!

Als het wachten lang duurt, slaat de twijfel toe. En door heel Maleachi zie je dat God het volk eraan probeert te herinneren dat Hij er is, bijvoorbeeld hier:

“De HEER zegt: ‘Ik houd van jullie, Israëlieten! Jullie zeggen dat daar niks van te zien is, maar toch houd ik van jullie.” (Maleachi 1:2).

Lees meer op www.bijbeljaar.nl/gemist [dag 349 t/m 350]

En vervolgens herhaalt hij zijn beloftes over de toekomst. Hij zal echt alles goed maken. Die bevrijder komt eraan. Wij weten inmiddels wat er daarna gebeurde: zo’n 400 jaar later (dat is dus iets langer dan de rij bij de kassa) wordt Jezus geboren. De belofte van God die mens werd.

Beter in wachten word ik voorlopig niet denk ik. En mijn peuter al helemaal niet. Maar het kan nooit kwaad om in de tussentijd – of die nu 4 minuten of 400 jaar is – stukje bij beetje te leren om God te vertrouwen. Hij zal doen wat hij heeft beloofd.